|
U
bent hier : Onvrijwillige
buitenbezitstelling
Strafbepalingen
De wet van 24 juli 1921 op de ongewilde
buitenbezitstelling van de titels aan toonder, voorziet sancties tegen wie
te kwader trouw verzet heeft aangetekend tegen een effect met de bedoeling
schade toe te brengen aan anderen of voordeel te halen uit de gevolgen van
dit verzet.
Art. 32 van de wet (gewijzigd, voor wat de vervanging van de Belgische
frank door de euro betreft, door art. 27 van het KB van 13 juli 2001 - BS
van 11 augustus 2001) stelt dat hij, die te kwader trouw verzet doet of
handhaaft, gestraft wordt met een boete van 26 tot 5000 euro en met een
gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden of met één van deze
straffen alleen.
Heeft hij enig voordeel, voortvloeiende uit de wettelijke gevolgen van het
verzet, verkregen of gepoogd te verkrijgen ten nadele van anderen, dan is
de strafmaat welke geldt voor oplichting, van toepassing.
Al de bepalingen van boek I van het Strafwetboek zijn van toepassing op de
misdrijven door dit artikel voorzien.
|