|
U
bent hier : Onvrijwillige
buitenbezitstelling
Handlichting
Een verzet opheffen
Voor de schrapping van een verzet is de procedure
dezelfde als bij de verzetbetekening. Het is echter noodzakelijk dat de
handtekening onderaan de aangetekende brief gewettigd wordt door het
gemeentebestuur of door een notaris, teneinde elk misverstand te vermijden wat
de herkomst van de aanvraag betreft.
De artikelen 28 tot 30 van de wet van 1921 regelen deze
materie.
De verzetbetekenaar verleent opheffing van zijn verzet
:
-
hetzij bij deurwaardersexploot;
-
hetzij bij een verklaring op het Kantoor, waarvan hij
een ontvangstbewijs krijgt;
-
hetzij bij aangetekende brief gericht aan het Kantoor.
Indien de verzetbetekenaar een natuurlijke persoon is,
bevat de brief tot opheffing de wettiging van zijn handtekening. Als het over
een rechtspersoon gaat, moet het bewijs van de bevoegdheden van de
vertegenwoordigers bij de brief tot opheffing worden gevoegd.
Indien het om een natuurlijke persoon gaat, bevat de
opheffing de naam, voornamen en woonplaats van degene die verzet aantekende.
Indien het een rechtspersoon betreft, bevat de opheffing de benaming en de
maatschappelijke zetel. Daarnaast bevat de opheffing steeds het refertenummer
gegeven door het Kantoor, de datum van het verzet, de benaming van de emittent,
het aantal, de aard, de nummers in stijgende orde en, als daar reden toe is,
de nominale waarde, de reeks en de vervaldatum van de effecten waarvoor
opheffing wordt verleend. Uiterlijk twee dagen daarna geeft het Kantoor kennis
van de opheffing aan de emittent.
Naast de vrijwillige handlichting, kan de opheffing in
rechte worden gevorderd door elke belanghebbende. In dat geval moet een door
de griffier voor eensluidend verklaard afschrift of het afschrift van de
rechterlijke beslissing tot opheffing, eventueel vergezeld van een verklaring
dat geen verzet is gedaan of geen hoger beroep is ingesteld overeenkomstig
artikel 1388 van het Gerechtelijk Wetboek, ter kennis worden gebracht van de
emittent en van het Kantoor.
|