|
U
bent hier : Onvrijwillige
buitenbezitstelling
Verzet
Gevolgen
Het aantekenen van verzet heeft tot doel de verhandeling van verloren of
gestolen effecten op te schorten. Er onstaat een bewarend derdenbeslag dat
verschillende gevolgen heeft (wet van 24 juli 1921, titel II).
1. Verplichting tot inbeslagname, tot kennisgeving en betalingsverbod voor de
financiële tussenpersonen (idem, art 13 tot 15)
-
De emittent of iedere financiële tussenpersoon die
een met verzet aangetekend effect of een met verzet aangetekende coupon
ontvangt, is verplicht dat effect of die coupon in beslag te nemen en de
verhandeling of de betaling op te schorten. De emittent : vanaf de dag van
ontvangst van het afschrift van het verzet; iedere financiële tussenpersoon
: vanaf de tweede dag na de bekendmaking daarvan in het Bulletin.
De financiële tussenpersoon die een effect in beslag neemt, moet dat bewaren
tot de handlichting van het verzet of de gerechtelijke uitspraak ten gronde.
-
De inbeslagname wordt, met aanwijzing van naam en
woonplaats van de persoon ten laste van wie zij werd gelegd, betekend door
de emittent aan de verzetbetekenaa. Indien het beslag gelegd werd door een
tussenpersoon, dan betekent deze het op gelijke wijze aan de emittent, welke
daarvan kennis geeft aan de verzetbetekenaar; deze betekening gebeurt binnen
de twee dagen via aangetekende brief. Uit dien hoofde is de verzetbetekenaar
een vergoeding verschuldigd die de bemiddelaar zelf bepaalt. Deze mag niet
hoger zijn dan een tiende van de bijdrage van 7,5 euro per in beslag genomen
effect of coupon. Wanneer een effect tegelijk met de coupons ervan in beslag
genomen wordt door dezelfde tussenpersoon, dan is de vergoeding enkel
verschuldigd voor het effect. Wanneer meerdere coupons van eenzelfde effect
tegelijk in beslag genomen worden door dezelfde tussenpersoon, dan is de
vergoeding slechts verschuldigd voor één van deze coupons (KB van 5 augustus
1992, art. 9). Het Kantoor dient door de emittent bij aangetekende brief te
worden verwittigd van de aanbieding van het effect, uiterlijk de tweede dag
daarna (art.27 van de wet).
-
De Belgische emittenten zijn ten opzichte van de
verzetbetekenaar aansprakelijk voor alle betalingen die voor hun rekening
worden gedaan door hun agentschappen, filialen of door de inrichtingen
belast met de dienst van hun effecten en coupons in het buitenland, vanaf de
dag volgend op die waarop het Bulletin aan laatstgemelde inrichtingen kon
overgemaakt worden.
Met andere woorden, een uitbetaling verricht zonder rekening te houden met
het verzet, is zonder gevolg ten opzichte van de verzetbetekenaar, die dan
ook op zijn beurt uitbetaling kan eisen.
De emittent of de tussenpersoon die bij de verhandeling betrokken is, dient
dus elke betaling op te schorten waarop het effect recht zou geven :
terugbetaling van het kapitaal, uitbetaling van dividenden of interesten.
-
De instelling die een effect of een coupon heeft
betaald ondanks verzet, is niet verplicht het effect of de coupon af te
geven aan diegene van wie zij de teruggave eist van wat zij heeft betaald.
2.
Verhandelingen na de publicatie in het Bulletin zijn nietig
-
Het verzet heeft de 'bevriezing' van het betwiste
effect tot gevolg en maakt alle transacties na de publicatie nietig ten
opzichte van de buitenbezitgestelde eigenaar.
Deze bepaling in de wet vormt de grondslag van de bescherming van de
buitenbezitgestelde houder, daar de derde houder voortaan effecten bezit
waarvoor hij geen rechtsgeldige titel van eigendomsoverdracht kan inroepen
tegenover de buitenbezitgestelde houder.
Artikel 16, eerste lid, van de wet stelt aldus dat elke daad van beschikking
verricht na de dag van de publicatie van het verzet, nietig is ten opzichte
van de verzetbetekenaar, behoudens verhaal van de derde houder tegenover
degene die hem het met verzet aangetekende effect heeft afgeleverd.
De wet spreekt van "daad van beschikking", d.w.z. een handeling die een goed
afscheidt van het vermogen van de contractant, bv. door verkoop, maar
eveneens bv. door schenking, inpandgeving, enz.
Ze preciseert dat de verrichting geacht wordt te zijn voltrokken door de
vermelding ervan in de boeken van de tussenpersoon of in elk document door
hem verstrekt. Deze vermelding moet de datum van de verrichting bevatten en
moet het mogelijk maken dat de aan de opdrachtgever overhandigde of de door
hem af te gegeven effecten, al dan niet rechtstreeks, kunnen worden
geïdentificeerd aan de hand van hun nummer (art. 17 van de wet).
Deze verrichting wordt dus geacht te zijn voltrokken vanaf de inschrijving
van de effecten in de boeken van de tussenpersoon, vóór de levering aan de
koper.
-
Artikel 16, tweede lid, van de wet stelt evenwel dat
de artikels 2279 en 2280 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing zijn op
daden van beschikking verricht vóór die publicatie (zie «de
stelsels van wettelijke bescherming»).
De verhandelingen verricht vóór de publicatie van het verzet in het Bulletin
der met verzet betekende waarden, vallen niet onder het stelsel van
inbeslagname zoals georganiseerd door de wet van 1921. Een
buitenbezitgestelde eigenaar kan dus vóór de publicatie van een verzet zijn
effecten enkel terugeisen volgens de voorwaarden en modaliteiten voorzien in
het Burgerlijk Wetboek. Deze betreffen enkel het verlies en de diefstal in
strikte zin, en zijn voor de verzetbetekenaar veel minder gunstig. Door het
gebrek aan wettelijke bescherming, zal de verwerving gerealiseerd door een
derde houder geldig worden verklaard. Het is dus voor elke
buitenbezitgestelde eigenaar van het allergrootste belang zo vlug als
mogelijk verzet aan te tekenen op zijn effecten indien hij zijn belangen
maximaal wil beschermen.
-
De financiële tussenpersonen zijn aansprakelijk
tegenover elke belanghebbende voor het nadeel berokkend door de
niet-naleving van de in de wet voorziene nietigheid of van de wettelijke
bepalingen inzake overdracht van effecten (artikel 18 van de wet).
|