|
U bent hier : Onvrijwillige
buitenbezitstelling
Procedure
Vervallenverklaring van
het effect
Wat gebeurt er indien de derde houder zijn effect
niet aanbiedt tot verkoop, indien het effect niet meer in omloop is,
indien het kapitaal of de coupons niet zijn geïnd ? Het is mogelijk dat na
verloop van tijd het effect daadwerkelijk verloren of vernietigd is, of
dat de derde houder echt te kwader trouw is ... Deze veronderstellingen
rechtvaardigen dat het effect zonder waarde verklaard wordt. De woorden
"zonder waarde verklaard worden" betekenen dat het oorspronkelijke effect
alle waarde verliest en dat de verzetbetekenaar vanaf dat moment het recht
heeft zich een nieuw effect te laten overhandigen dat hetzelfde nummer
draagt. De artikels 24 en 24bis van de wet regelen de problematiek van het
waardeverlies van effecten.
De wet stelt in dit verband dat, behalve wanneer er
tegenspraak is geweest, het effect dat gedurende vier jaar onafgebroken werd
vermeld in het Bulletin, van rechtswege alle waarde verliest. De periode van
vier jaar loopt vanaf de eerste januari na de eerste bekendmaking in het
Bulletin.
Wegens dit verlies aan waarde verkrijgt de
verzetbetekenaar :
-
het recht op uitbetaling van de dividenden,
interesten en eventueel van de opeisbaar geworden hoofdsom, of op iedere
kapitaalverdeling en ieder vereffeningssaldo. Artikel 2 van de "voorafgaande
bepalingen" van de wet van 1921 laat evenwel niet toe verzet aan te tekenen
op de coupons van effecten uitgegeven door de openbare sector. Daaruit volgt
dat die coupons verloren zijn voor de verzetbetekenaar.
-
het recht op de aflevering, op zijn verzoek en op
zijn kosten, van een nieuw effect met hetzelfde nummer als het
oorspronkelijke effect. Dit effect, alsmede iedere coupon daarvan, wordt op
de voorzijde bekleed met een overschrijving, die aanduidt dat het een
duplicaat betreft. Het nieuwe effect en de coupons ervan verlenen dezelfde
rechten en zijn onder dezelfde voorwaarden verhandelbaar als het
oorspronkelijke effect en de oorspronkelijke coupons. Het duplicaat kan door
een effect van dezelfde aard en dezelfde waarde vervangen worden.
Het effect verliest echter op zijn vroegst zijn waarde
twee jaar na de eerste januari die volgt op de vervaldag van het effect,
indien het gaat om :
-
een effect, van de rechtstreekse of onrechtstreekse
schuld van de Staat, van de Gemeenschappen of van de Gewesten;
-
een effect, zonder coupon, of waarvan de coupons naar
keuze van de houder op de intrestvervaldag geïnd of gekapitaliseerd worden
De emittent mag de termijn van 4 jaar inkorten (art.
24bis van de wet).
Op eigen verantwoordelijkheid mag de emittent effecten
afleveren van dezelfde aard en van dezelfde waarde als de effecten waartegen
verzet is aangetekend, of aan de verzetbetekenaar alle interesten, dividenden
of kapitaal op de effecten waartegen verzet is aangetekend, teruggeven
vooraleer ze hun waarde verliezen.
Hij kan de teruggaven aan een reële of persoonlijke waarborg onderwerpen.
Wat gebeurt er met effecten waarvan het kapitaal
terugbetaalbaar is vóór de termijn van 4 jaar ? Dit wordt geregeld door art.
19 van de wet die aan de emittenten ambtshalve de herbelegging oplegt van het
kapitaal, de interesten inbegrepen, van een effect dat terugbetaald wordt vóór
het verstrijken van de termijn van vier jaar. De eigendom van die effecten
komt toe aan de verzetbetekenaar wanneer ze hun waarde hebben verloren.
Ingeval van tegenspraak vóór het einde van de procedure, komt de eigendom van
het door de emittent herbelegde bedrag toe aan degene die erkend is als de
enige wettige rechthebbende, hetzij de derde houder die ter goeder trouw is,
hetzij de verzetbetekenaar.
|