| |
Lexicon |
|
Aandeel |
Deel van het kapitaal van een vennootschap, ook
maatschappelijk aandeel genoemd indien op het effect geen nominale waarde
vermeld is. Elk effect is een eigendomsrecht. Het geeft, indien er winst is,
recht op een deel van de uitgekeerde winst van het bedrijf in verhouding tot
het kapitaal dat het vertegenwoordigt. De looptijd van een aandeel is gelijk
aan die van de onderneming (zie "dividend"). Een
aandeel geeft het recht geïnformeerd te worden over de activiteit van de
vennootschap, deel te nemen aan de algemene vergaderingen en daar resoluties
te stemmen. Het is een overdraagbaar en verhandelbaar effect, dat aan
toonder, op naam of gedematerialiseerd kan zijn. |
|
Aandeel VVPR |
Aandeel "met verminderde voorheffing - à précompte
mobilier réduit". Aandeel met "strips", bestaande uit twee delen : het
gewone aandeel met de aangehechte coupons en een afzonderlijk blad, "strip"
genaamd. Dit blad vertegenwoordigt een fiscaal voordeel dat kan worden
uitgeoefend op het moment van de ontvangst van het dividend. Het wordt
geïdentificeerd door een nummer en het vermeldt de reeksnummers van het
gewone aandeel. "Stripping" bestaat erin de afgeknipte coupon van het
onderliggende aandeel gelijktijdig met de overeenkomstige strip aan te
bieden : de roerende voorheffing wordt in dat geval verminderd tot 15 %. De
strip moet vóór eind november gebruikt worden; hij verliest zijn waarde op 1
december. Het gewone aandeel en het "stripblad" hebben afzonderlijke
beursnoteringen en moeten aangekocht of verkocht worden met afzonderlijke
beursorders. De strip op zich is slechts zijn beurswaarde waard. Zowel tegen
aandeel als strip kan verzet worden aangetekend. |
|
Adiré |
Zoek geraakt : de Franstalige term "Adiré" is een
verouderde juridische term. Dit adjectief werd vroeger gebruikt om een zoek
geraakt of verloren procedurestuk aan te duiden. In de context van de wet
van 1921 op de ongewilde buitenbezitstelling van titels aan toonder, wordt
met een zoek geraakt effect een verloren of gestolen effect bedoeld. |
|
Beurs |
Een beurs van roerende waarden is een markt waar de
transacties openbaar zijn en waar iedereen, via de bemiddeling van een aan
de beurs verbonden tussenpersoon, financiële instrumenten welke op die markt
genoteerd worden, kan aan- en verkopen. Een beurs kan verschillende
afzonderlijke markten bevatten naargelang de soorten verhandelde financiële
instrumenten (zie "Euronext"). |
|
BEVEK |
Beleggingsvennootschap met veranderlijk kapitaal.
Vennootschap samengesteld uit een collectieve portefeuille, mét
rechtspersoonlijkheid en met als doel op een gediversifieerde wijze te
beleggen in roerende waarden. Een deelbewijs van een BEVEK is een aandeel
dat een gedeelte van het kapitaal van deze waarden in portefeuille, die
onderliggende waarden geworden zijn, vertegenwoordigt. Het geheel van deze
waarden vormt de "korf" van de BEVEK. Het kapitaal is veranderlijk voor
zover de deelbewijzen ervan op elk moment verhandelbaar zijn. Deze inkomende
en uitgaande geldbewegingen hebben geen invloed op de prijs van de BEVEK,
die geen beursnotering heeft. De prijs van een deelbewijs van een BEVEK,
"inventariswaarde" genoemd, wordt bepaald door de evolutie van de
onderliggende waarden. Een BEVEK is meestal opgedeeld in gespecialiseerde
compartimenten en kan voorkomen in verschillende vormen (distributie of
kapitalisatie, regionaal of sectoraal, aandelen of obligaties, onbepaalde of
vaste looptijd, enz.) (zie "GBF"). |
|
Bezit |
Feitelijk meesterschap uitgeoefend over een zaak.
Het bezit is een feit, geen recht. Wat roerende goederen betreft, maakt de
wet dit onderscheid niet zodat het feit van bezit samenvalt met het
eigendomsrecht (BW 2279, eerste lid) indien de bezitter te goeder trouw is (zie
"houderschap") |
|
Buitenlandse obligatie |
Obligatie uitgegeven op een markt van een ander land
dan het land van vestiging van de emittent, in de lokale munt en onder
toezicht van de autoriteiten van dat andere land (zie "euro-obligatie"). |
|
Bulletin |
Bulletin der met verzet aangetekende waarden -
officiële publicatie van het Nationaal Kantoor voor Roerende Waarden, waarin
alle verzetbetekeningen worden opgenomen. Het Bulletin is trimestrieel. Er
worden bijvoegsels toegevoegd die gemiddeld om de twee dagen worden
gepubliceerd. De andere publicaties van het Kantoor houden verband met de
effecten die hun waarde verloren hebben (zie "zonder
waarde"). De publicatie van het verzet in het Bulletin is het wezenlijk
bestanddeel van het stelsel van bescherming uitgewerkt door de wet van 24
juli 1921. Dit systeem van bescherming berust op de wettelijke bekendmaking
van het verzet dat, door de publicatie ervan, geacht wordt door iedereen
gekend te zijn. De publicatie doet een onweerlegbaar vermoeden ontstaan van
kennisname van het verzet en dientengevolge een vermoeden van kwade trouw in
hoofde van de derde houder als deze het effect verhandelt na deze publicatie
(zie "verzetbetekening", "vermoeden"). |
|
Certificaat aan toonder |
Ten einde de verkoop te vergemakkelijken van
buitenlandse roerende waarden die in het land van uitgifte enkel bestaan in
nominatieve of gedematerialiseerde vorm, en om gevolg te geven aan de vraag
naar, of de voorkeur van Belgische beleggers voor effecten aan toonder,
hebben de grote banken fiduciaire vennootschappen opgericht die belast zijn
met de aankoop van buitenlandse effecten. Fiduciaire vennootschappen treden,
in de registers van buitenlandse vennootschappen, op als de eigenaars van de
effecten. Als tegenwaarde voor deze effecten op naam geven zij certificaten
aan toonder uit welke rechtstreeks verhandelbaar zijn op de Belgische markt. |
|
Certificaat op naam |
Aandelen en obligaties kunnen voorkomen in
nominatieve vorm en vertegenwoordigd worden door certificaten op naam. Een
certificaat op naam vermeldt de identiteit van de eigenaar van de effecten
en het bedrag van de neergelegde effecten. Het is geen effect aan toonder.
Het effect is de inschrijving zelf in de registers van de vennootschap.
Hieruit volgt dat het certificaat op naam niet verhandelbaar is en dat de
overdracht van een effect op naam gebeurt door een in het register
ingeschreven verklaring van overdracht. |
|
Code |
Alfanumerieke combinatie, d.w.z. combinatie
bestaande uit verschillende letters en cijfers die toelaten een uitgifte van
effecten te identificeren. Voor wat het verzet tegen effecten betreft, vormt
de code van de uitgifte, net als de nummers in opklimmende volgorde van de
effecten, een onmisbare inlichting met het oog op een inbeslagname. |
|
Coupon |
Bon, talon of vignet, aangehecht aan een effect,
welke recht geeft op interest of dividend, en om op de vervaldag een vaste
of variabele opbrengst te ontvangen. Deze gedrukte en genummerde bon heeft,
als hij wordt afgeknipt van het effect, op zich ook de kenmerken van een
waardepapier. De coupons vormen het tweede gedeelte van een effect aan
toonder; ze worden, in reeksen, weergegeven onder de vorm van een blad. Op
elke coupon wordt de naam van de emittent, de soort en het nummer van de
titel vermeld. De coupons van een aandeel hebben een volgnummer; de coupons
van een obligatie vermelden de vervaldag. Om "goed leverbaar" te zijn,
d.w.z. verhandelbaar, moet de mantel samen met het blad met de
niet-vervallen coupons van een effect aangeboden worden (zie "mantel").
De coupons van leningen van de openbare sector kunnen niet met verzet worden
aangetekend en zijn verloren voor de verzetbetekenaar, behalve de coupon van
de laatste vervaldag als deze in de mantel is inbegrepen. |
|
Daad van beschikking |
Juridische daad die een goed van een patrimonium
afscheidt (verkoop, schenking) of die een zakelijk recht doet ontstaan op
een goed dat deel blijft uitmaken van een patrimonium (hypotheek, vestiging
van een erfdienstbaarheid). |
|
Dividend |
Opbrengst van een aandeel - bedrag dat overeenstemt
met het deel van de winst dat door een bedrijf wordt gestort aan de
aandeelhouders, in verhouding tot het kapitaal vertegenwoordigd door het
aandeel (zie "interest"). |
|
Effect |
Soortnaam die een deelbewijs van om het even welke
aard van een belegging, participatie of investering aanduidt dat
verhandelbaar is of verworven kan worden door inschrijving of omwisseling,
of dat aanleiding geeft tot een afwikkeling in contanten. Volgens Belgisch
recht kan een effect voorkomen onder drie vormen : aan toonder, op naam of
gedematerialiseerd (zie "aandeel", "obligatie"). |
|
Effect aan toonder |
"Papieren" effect, geïdentificeerd door een nummer,
waarin een zakelijk- of vorderingsrecht is opgenomen. Het effect valt samen
met dit recht. De rechthebbende, de eigenaar, blijft anoniem : de overdracht
gebeurt van hand tot hand, door eenvoudige overdracht. Volgens de regels van
het burgerlijk recht wordt de bezitter te goeder trouw van het effect
verondersteld er de eigenaar van te zijn. (BW 2279, eerste lid ). Een effect
aan toonder bestaat uit twee bladen, nl. de mantel en het couponblad (zie "mantel",
"coupon"). |
|
Effect op naam |
Inschrijving in een bijzonder register van de naam
van de titularis en het bedrag van zijn vordering. De inschrijving is het
effect van de ingeschreven schuldeiser. Het effect op naam kan geconverteerd
worden in een effect aan toonder en omgekeerd. Het wordt overgedragen via
een transfer door de creatie van een nieuwe inschrijving op naam van een
nieuwe titularis. Dit register kan een register zijn van de aandeelhouders
van een vennootschap of, voor wat de openbare sector betreft, het grootboek
van de openbare schuld (zie "certificaat op
naam"). Het deponeren van effecten aan toonder op een effectenrekening
bij een financiële tussenpersoon die ze op zijn beurt deponeert bij een
vennootschap gespecialiseerd in het beheer van effecten, zoals de CIK, vormt
een tweede manier om een inschrijving te bekomen. Deze tweede manier
waarborgt in alle wettelijkheid een zekere vertrouwelijkheid omdat de
eigenaar van de effecten slechts door zijn tussenpersoon gekend is en niet
door de beheersvennootschap. Heden zijn er in België twee vennootschappen
erkend als centraal depositaris door het koninklijk besluit van 22 augustus
2002, verschenen in het Belgisch Staatsblad op 4 september 2002. Het betreft
de naamloze vennootschap naar Belgisch recht "Interprofessionele
effectendeposito- en girokas", afgekort "CIK" en de naamloze vennootschap
naar Belgisch recht "Euroclear Bank". De effecten aan toonder gedeponeerd
ter inschrijving op naam in het grootboek van de openbare schuld of bij een
centrale depositaris of één van zijn aangesloten leden, verliezen hun eigen
individualiteit en worden vervangbaar. Na hun neerlegging kunnen ze niet
meer met verzet worden aangetekend. Als een verzet gepubliceerd werd in het
Bulletin terwijl voorheen reeds een neerlegging had plaatsgevonden, dan moet
dat verzet ambtshalve worden geschrapt (zie "vervangbaarheid"). |
|
Effectenrekening |
Bankrekening bestemd voor de registratie van
effecten welke niet het voorwerp uitmaken van een fysieke levering.
Synoniemen : effectendossier; open bewaargeving. |
|
Eigendom |
Zakelijk recht op een goed dat gekenmerkt wordt door
het recht het te gebruiken, er het genot van te hebben en er over te
beschikken onder de voorwaarden bepaald door de wet (BW 544) (zie "bezit"). |
|
Emittent |
Een rechtspersoon, van de openbare of de privésector,
die een lening uitschrijft, of voor wiens rekening een lening uitgeschreven
wordt. De kwaliteit van de emittent, beoordeeld in functie van zijn
vermoedelijke terugbetalingscapaciteit, wordt uitgedrukt door een quotering,
een "rating", toegekend door een of meerdere gespecialiseerde instellingen. |
|
Euronext |
Met het oog op de vermindering van de
transactiekosten en een verhoogde liquiditeit van de genoteerde
vennootschappen, zijn de beurzen van Amsterdam, Brussel (BXS - Brussels
Exchange) en Parijs in september 2000 geïntegreerd geworden in een nieuwe
eenheid, "Euronext" genaamd. Iedere nationale markt blijft voortbestaan als
een deel van de nieuwe entiteit. De genoteerde bedrijven blijven onderworpen
aan de op hen van toepassing zijnde nationale wetgeving. De vernieuwing op
het vlak van de verhandeling is de komst van NTS-EMM (New Trading System -
European Market Model), het nieuwe systeem van notering. Amsterdam, Brussel
en Parijs passen dezelfde regels inzake verhandeling toe, op enkele
bijzondere lokale bepalingen na. Hierbij komt het feit dat Brussel, gelet op
de harmonisatie op het vlak van de afwikkeling van de transacties, het
systeem van de beursquinzaines heeft afgeschaft ten einde het te vervangen
door de regel "T + 3" : de levering van de effecten in ruil voor de betaling
moet drie werkdagen na de dag van de transactie plaatsvinden. Er werden
tevens andere nieuwigheden op het vlak van beursorders en openingsuren
doorgevoerd. |
|
Euro-obligatie |
Obligatie welke in verschillende landen, andere dan
dat waar de emittent gevestigd is, tegelijkertijd wordt uitgegeven door een
syndicaat van banken onder leiding van één van hen, de "lead manager"
genoemd. De uitgifte kan gebeuren door om het even welke emittent en
ontsnapt aan de controle van de autoriteiten van de betrokken landen. Dit
type obligatie wordt uitgegeven in euro of in elke andere munt in dewelke
ontleend wordt buiten het nationaal grondgebied. Het was gebruikelijk het
voorvoegsel "euro" voor de naam van de munt waarin ontleend werd, te zetten.
Met de invoering van de Europese eenheidsmunt, zou men moeten spreken van
"euro-euro" voor een uitgifte in euro. Sommige professionelen hebben daarom
de uitdrukkingen "euro bond" (in 2 woorden) voor een uitgifte in euro op de
binnenlandse markt en "eurobond" (in 1 woord) voor een uitgifte van
euro-obligaties voorgesteld. De markt van de euro-obligaties is een
parallelle markt waar de verkoop van obligaties lijkt op een contract tussen
de emittent en de investeerder en niet op een beroep doen op het publieke
spaargeld. Nochtans bestaat er een zelfregulerende autoriteit, het ISMA
(International Securities Market Association), welke alle deelnemers
groepeert en een zeker aantal regels voorschrijft.
Een euro-obligatie geeft aan degene die intekent twee waarborgen :
- de eerste is de clausule "gross up", die de emittent verplicht de
interestvoet te verhogen indien de Europese Unie een bronheffing zou
invoeren;
- de tweede is de clausule "tax call" die de emittent de toelating geeft de
lening vervroegd terug te betalen ingeval van wijzigingen van de fiscale
regels.
Bij een ongewilde buitenbezitstelling van dit type obligatie, is het
raadzaam ook in het buitenland tegen het effect verzet aan te tekenen indien
de wetgeving van een van de landen waar de uitgifte plaatsvindt, een
gelijkaardige procedure voorziet. De tegenspraak die plaatsvindt buiten onze
grenzen is geldig in België : de wet van 1921 vereist niet dat deze moet
plaatsvinden op het nationaal grondgebied. Merk evenwel op dat het
bankgeheim vaak ingeroepen wordt door de agentschappen van buitenlandse
banken en dat de procedure vaak zonder resultaat blijft. De buiten bezit
gestelde houder moet zich dan op het strafrechtelijke vlak begeven ten einde
het bankgeheim te doen opheffen.
Bovendien, als het effect zonder waarde verklaard wordt in België, stelt
zich in elk bijzonder geval afzonderlijk de vraag of de buitenlandse
emittent, voor wat de vervanging van effecten betreft, de bepalingen van de
wet van 1921 zal respecteren (zie "buitenlandse
obligatie"). |
|
Financieel instrument |
Term voor financiële activa welke breder is dan het
begrip "roerende waarde". In de financiële wetgeving sinds 1995 wordt het
begrip "roerende waarde" vervangen door het begrip "financieel instrument" (zie
"roerende waarde"). |
|
GBF |
Gemeenschappelijk beleggingsfonds. Een
gemeenschappelijk beleggingsfonds is samengesteld uit een gemeenschappelijke
portefeuille, een vermogen in onverdeeldheid, zonder rechtspersoonlijkheid.
Het beheer van dit fonds wordt uitgeoefend door een afzonderlijke
vennootschap. Elke intekenaar is mede-eigenaar en de deelbewijzen van dit
fonds zijn aandelen, effecten in mede-eigendom. Het gemeenschappelijk
beleggingsfonds behoort tot de instellingen voor collectieve beleggingen (ICB),
net zoals dat het geval is voor de BEVEK, doch deze laatste bezit
rechtspersoonlijkheid. Het fonds wordt "open" genoemd als het kapitaal en
het aantal aandelen veranderlijk zijn, zoals dat het geval is bij een BEVEK.
Het wordt "gesloten" genoemd als het kapitaal en het aantal deelbewijzen
vastliggen. In het tweede geval zijn de deelbewijzen op de beurs genoteerd,
in tegenstelling tot deelbewijzen van een open fonds of een BEVEK, waarbij
de transactie gebeurt aan hun inventariswaarde (zie "BEVEK"). |
|
Gedematerialiseerd effect |
Waarde die, per reeks van effecten welke dezelfde
kenmerken hebben, uitsluitend in een effectenrekening is ingeschreven op
naam van de eigenaar of de houder bij een instelling die dergelijke
rekeningen aanhoudt. De overdracht van effecten gebeurt door middel van
overschrijvingen van de ene naar de andere rekening. |
|
Geding |
Geheel van procedurehandelingen tussen de inleidende
akte en het vonnis. |
|
Goede trouw |
De goede trouw is de overtuiging correct te hebben
gehandeld. Op het vlak van bezit, bestaat deze overtuiging uit het feit te
geloven dat men een zaak in bezit heeft gekregen van de echte eigenaar en
dat deze werd verworven krachtens een wettelijke oorzaak van
eigendomsverwerving (zie "bezit"). |
|
Handlichting |
Een akte die een einde stelt aan de gevolgen van een
bewarende of beschermende maatregel. |
|
Houderschap |
Het feit een zaak in handen te hebben, zonder de
bedoeling te hebben deze voor zich te houden. De houder is verplicht tot
teruggave en kan zich niet beroepen op de bepalingen van artikel 2279,
eerste lid van het Burgerlijk Wetboek, krachtens dewelke "met betrekking tot
roerende goederen het bezit als titel geldt" (zie "bezit"). |
|
Inbeslagname |
Maatregel genomen in het kader van de wet van 24
juli 1921 die bestaat uit het blokkeren van een vanwege een derde houder
ontvangen effect, door een financiële tussenpersoon, op basis van een verzet
aangetekend door een persoon die beweert de buiten bezit gestelde eigenaar
te zijn van dat effect. Dit houderschap van het effect door de financiële
tussenpersoon is een bewarende maatregel, met als doel de vervreemding van
een goed waarvan de eigendom wordt betwist, te verhinderen vóór iedere
gerechtelijke tussenkomst (zie "verzetbetekening") |
|
Interest |
Opbrengst van een obligatie - bedrag dat de ontlener
op elke vervaldag verschuldigd is aan de uitlener, bovenop het op de laatste
vervaldag terug te betalen kapitaal (zie "dividend"). |
|
Interestvoet |
Rentevoet, uitgedrukt in een percentage over een
bepaalde looptijd. Deze vergoedt de schuldeiser voor de dienst die hij aan
de schuldenaar verleent en voor het risico dat hij loopt niet terugbetaald
te worden. |
|
ISIN-code |
Internationale code - afkorting voor "International
Securities Identification Numbering System", norm van het ISMA
(International Securities Market Association, orgaan dat de internationale
effectenmarkten reguleert, en waarvan de zetel zich bevindt in Zürich),
welke voor alle effecten een unieke en uniforme codificatie oplegt. Het
gebruik van deze code is algemeen verspreid. Het Kantoor heeft ze
geïntegreerd in het Bulletin in oktober 2002. |
|
Kasbon |
Effect van een obligatielening, uitgegeven door een
bank of een financiële instelling, voorzien van coupons met - in de meeste
gevallen - een looptijd van 1 tot 5 jaar. Een kasbon heeft geen
beursnotering. Sommige kasbons hebben kapitaliseerbare coupons, die slechts
op de eindvervaldag uitbetaald worden. Kasbons kunnen doorlopend, d.w.z. op
elk moment, worden uitgegeven. De houder moet in principe tot de
eindvervaldag wachten eer zijn kapitaal terugbetaald wordt. De kasbon kan in
bepaalde gevallen worden teruggekocht door de emittent of openbaar worden
verkocht op de Beurs van Brussel. |
|
Lening |
Schuld op korte, middellange of lange termijn tegen
een vaste of een variabele interestvoet, vertegenwoordigd door effecten,
obligaties of bons conform de wetgeving van het land waar deze schuld is
uitgegeven. Ze wordt doorgaans opgedeeld in een zeker aantal deelbewijzen of
coupures van verschillende waarde. |
|
Mantel |
Eén van de twee delen van een effect aan toonder. De
mantel geeft de identificatie (naam van de emittent, kapitaal, aantal
uitgegeven effecten, reeksnummer, coupure enz.) van het effect weer en
vermeldt de rechten van de belegger; het tweede deel van het effect is het
couponblad (zie "coupon"). |
|
Nietigheid |
Vormfout of onregelmatigheid ten gronde die een
rechtshandeling aantast. We onderscheiden absolute en relatieve nietigheid.
Absolute nietigheid kan door elke betrokken persoon worden ingeroepen,
terwijl relatieve nietigheid enkel kan worden ingeroepen door een door de
wet beschermde persoon. |
|
Notering |
De prijs waartegen een financieel instrument dat
ingeschreven is op één van de markten welke door de beurs worden ingericht,
werd aangekocht of verkocht. De lijst van de koersen wordt door de beurs
bekendgemaakt. De beursnotering heeft de waarde van een authentieke akte. |
|
Notificatie |
Het ter kennis brengen door een andere persoon dan
een ministerieel ambtenaar van een akte aan een belanghebbende volgens de
wettelijke vormvereisten. Indien de kennisgeving gebeurt door een
ministerieel ambtenaar spreken we van een betekening. |
|
Obligatie |
Titel van schuldvordering die een deel van een
lening op middellange of lange termijn, obligatielening genoemd,
vertegenwoordigt. De obligatie geeft recht op een vooraf vastgestelde
interest. De looptijd van een obligatie wordt bepaald op het moment van de
uitgifte. Het is een overdraagbaar en verhandelbaar effect dat aan toonder,
op naam of gedematerialiseerd kan zijn. De Staatsbons, uitgegeven door de
Belgische Staat, zijn beursgenoteerde effecten die speciaal bedoeld zijn
voor particulieren. Zij bestaan niet in gedematerialiseerde vorm. |
|
OPCVM |
Organisme de placement collectif en valeurs
mobilières : instelling voor collectieve beleggingen in roerende waarden.
Soortnaam waarmee de vennootschappen worden bedoeld die als doel hebben te
investeren in roerende waarden en die vooral de gemeenschappelijke
beleggingsfondsen (GBF) en de beleggingsvennootschappen met veranderlijk
kapitaal (BEVEK) omvatten (zie "GBF", "BEVEK"). |
|
Rechtsvordering |
Uitoefening van een juridisch recht. Naargelang dit
recht persoonlijk is, zakelijk, roerend of onroerend, wordt de
rechtsvordering persoonlijk of zakelijk, roerend of onroerend genoemd. |
|
Roerende waarde |
Effect, document of certificaat dat, als
tegenprestatie voor een lening (obligaties) of een kapitaalinbreng (aandelen),
gecreëerd wordt door een publieke instelling, een bedrijf of een
investeringsvennootschap. Deze waarden worden gekenmerkt door hun
verhandelbaarheid en hun mobiliteit. Ze omvatten verschillende categorieën
van financiële activa : aandelen, obligaties, beveks, kasbons, staatsbons,
euro-obligaties, enz. en ze kunnen de vorm aannemen van titels aan toonder,
inschrijvingen op naam of ze kunnen gedematerialiseerd zijn (zie "effect",
"financieel instrument"). |
|
SRW-code |
Code van het "Secretariaat voor Roerende Waarden" (Administratie
van de Beurs, Beursgebouw, Brussel), afgekort "SRW" of "Bel-code": Belgische
nationale code. Deze code heeft de verschillende door de banken aan de
uitgiftes toegekende codes, vervangen. Merk op dat de NV SRW heden vervangen
geworden is door de NV NextInfo. |
|
Staatsbon |
Effect van een obligatielening, enkel bestemd voor
particulieren en verenigingen zonder winstoogmerk. Staatsbons worden vier
keer per jaar uitgegeven door de federale overheid (maart, juni, september,
december) en ze zijn beursgenoteerd. Ze worden aangeboden in twee vormen :
aan toonder of via inschrijving op naam (zie "effect").
De Staatsbon kan voorkomen in vier verschillende versies :
- bon op 5 jaar, verlengbaar tot 7 jaar : de houder kan de terugbetaling
bekomen na 5 jaar;
- bon op 3, 5, 7 jaar, met herzienbare en gewaarborgde minimumrentevoet : de
houder kan de terugbetaling bekomen na 3 of 5 jaar en geniet een
gegarandeerde minimuminterest voor elk van de twee laatste periodes van twee
jaar;
- bon met vaste looptijd van 5 jaar met jaarlijks herzienbare rentevoet ;
- bon op 8 jaar, met vaste rentevoet en jaarlijkse interest. |
|
Strip |
(zie "aandeel VVPR") |
|
Tegenspraak |
In het kader van de wet van 24 juli 1921 op de
ongewilde buitenbezitstelling van titels aan toonder, wordt daarmee ieder
feit bedoeld dat ter kennis wordt gebracht van de emittent van de effecten,
waarbij een derde beweert rechten te hebben op het met verzet aangetekend
effect, m.a.w. deze derde "spreekt" het verzet "tegen". De tegenspraak
brengt met zich mee dat het effect door de financiële tussenpersoon in
beslag genomen wordt (zie "inbeslagname"). Van
zodra er tegenspraak is, wordt de verzetbetekenaar hiervan door het Kantoor
op de hoogte gebracht en dient hij het nodige te doen om de kwestie inzake
de eigendom van het effect te regelen. Bij gebrek aan initiatief zijnentwege
gedurende een termijn van twee maand, verlengd met een tweede termijn van
één maand, wordt het verzet geschrapt en wordt het effect overhandigd aan de
aanbieder (zie "terugvordering"). |
|
Terugvordering |
Gerechtelijke eis waardoor een persoon het
eigendomsrecht doet gelden dat deze beweert te hebben op een goed. |
|
Uitgifte |
Het creëren en aanbieden van roerende waarden, tegen
een vaste of een variable interestvoet, opgedeeld in deelbewijzen of
categorieën van effecten. Een uitgifte kan geplaatst worden in het land waar
de emittent gevestigd is, op diens binnenlandse markt, of in één of meerdere
andere landen dan dat waarin deze gevestigd is. Een uitgifte die
tegelijkertijd in meerdere landen geplaatst wordt, wordt meestal gedaan door
een groepering of een "syndicaat" van banken. |
|
Verjaring |
Verjaring is een middel om, door na verloop van een
zekere tijd, een recht te verwerven of van een verbintenis bevrijd te worden
(BW 2219). Het recht onderscheidt twee soorten verjaring : de verwervende
(of acquisitieve) verjaring, welke toelaat een zakelijk recht te verwerven,
en de uitdovende (of bevrijdende) verjaring, welke toelaat een zakelijk
recht of een vorderingsrecht te laten uitdoven. |
|
Vermoeden |
Gevolgtrekking die de wet (wettelijk vermoeden) of
de rechter (feitelijk vermoeden) afleidt uit een bekend feit om te besluiten
tot een onbekend feit en welke toelaat dit laatste te bewijzen (BW 1349).
Tegen een wettelijk vermoeden wordt geen bewijs van het tegendeel toegelaten;
het wordt onweerlegbaar genoemd. (BW 1352). |
|
Vervangbaarheid |
In het burgerlijk recht wordt een zaak vervangbaar
of een soortgoed genoemd als het geen eigen individualiteit heeft of vrij
inwisselbaar is. Vervangbare zaken staan tegenover niet-vervangbare,
bepaalbare zaken die een eigen individualiteit hebben en die "zeker" genoemd
worden. Het vervangbare karakter van een zaak heeft tot gevolg dat de
schuldenaar zich van zijn verbintenis bevrijdt door een gelijkaardig goed te
leveren ingeval van afwezigheid van het ontvangen goed. Als het vervangbaar
of niet-vervangbaar karakter afhangt van de aard, dan kunnen de wet of de
wil van de partijen een zekere zaak al dan niet als vervangbaar beschouwen.
Om het beheer van bewaargeving te vergemakkelijken en de girale omloop van
roerende waarden toe te laten, heeft de wetgever een wettelijk stelsel van
vervangbaarheid in het leven geroepen voor effecten die circuleren van
rekening tot rekening.
De effecten aan toonder gedeponeerd in een dergelijk voormeld stelsel,
verkrijgen een vervangbaar karakter en kunnen na hun neerlegging niet meer
met verzet worden aangetekend (zie "effect op naam"). |
|
Verzetbetekening |
Publicatie in het Bulletin van de met verzet
aangetekende waarden, bij toepassing van de bepalingen van de wet van 24
juli 1921, op vraag van de eigenaar van de effecten aan toonder welke
gestolen of verloren zijn. Deze laatste drukt, door middel van de publicatie,
de wil uit de verhandeling van deze effecten en de uitoefening van de
daaraan verbonden rechten te verhinderen, vóórdat er sprake is van enige
gerechtelijke tussenkomst.
De datum van de publicatie van het verzet in het Bulletin vormt een
essentieel element in de procedure. Deze datum bepaalt welke wettelijke
bepalingen van toepassing zijn in hoofde van de derde houder al naargelang
deze de aankoop deed vóór, dan wel na de datum van de publicatie. De derde
houder geniet in het eerste geval de bescherming van het Burgerlijk Wetboek.
Hij verliest deze bescherming in het tweede geval en wordt dan onderworpen
aan de bepalingen van de wet van 24 juli van 1921 : hij kan tegenover de
buiten bezit gestelde eigenaar geen enkele geldige akte van
eigendomsoverdracht doen gelden (zie "Bulletin").
De termijn van vier jaar, waarna de effecten zonder waarde worden verklaard,
begint te lopen vanaf de eerste januari van het jaar dat volgt op de
publicatie van het verzet in het Bulletin. |
|
VVPR |
(zie "aandeel VVPR") |
|
Waardepapier |
(zie "effect aan
toonder"). |
|
Zonder waarde |
Toestand waarin een effect wordt verklaard na afloop
van een onafgebroken periode van publicatie gedurende vier jaar in het
Bulletin. Deze termijn begint te lopen vanaf de eerste januari van het jaar
dat volgt op de datum van publicatie van het verzet in het Bulletin.
Effecten van de openbare sector en effecten waarvan de coupons
kapitaliseerbaar zijn, hebben een bijkomende publicatietermijn van twee jaar.
Deze termijn vangt aan op 1 januari van het jaar dat volgt op de datum van
de eindvervaldag. De toestand "zonder waarde" doet voor de verzetbetekenaar
rechten ontstaan waarvan het belangrijkste de vervanging is van het effect
door de emittent. Een dergelijk effect kan niet meer met verzet worden
aangetekend. Het kantoor publiceert op 1 december de lijst van de effecten
en de coupons die op 1 januari van het volgende jaar hun waarde verliezen,
evenals een vijfjaarlijks samenvattend bulletin van de effecten "zonder
waarde", afgesloten op 15 september. |